Hoofdstuk 3 - De organisatie van het onderwijs
3. De organisatie van het onderwijs
3.1 Groepen
Op De Kolkstede wordt gewerkt volgens het jaarklassensysteem, met veel aandacht voor individuele behoeften van kinderen.
In de onderbouw wordt gewerkt met gemengde groepen. Er zijn twee groepen 1-2. Hierin zitten kinderen van 4, 5 en 6 jaar bij elkaar in een groep.
| * Onderbouw | 2 groepen 1 -2, een groep 3 |
| * Middenbouw | groepen 4 en 5 |
| * Bovenbouw | groepen 6, 7 en 8 |
Eén leerkracht is belast met de taak de leerlingbegeleiding te coördineren: dit is de interne begeleider Monique de Goede.
Hiervoor heeft het team bewust 4 schooltijden vrij gehouden.
3.2. Groeps- en schoolgrootte.
Bij het begin van het schooljaar bestaat de gemiddelde groepsgrootte bij de groepen 1-2 uit 20 leerlingen.
In de loop van het schooljaar stromen 4-jarigen in, waardoor er aan het eind van het schooljaar ongeveer 25 tot 30 leerlingen per groep zijn.
De groepsgrootte in de andere groepen varieert van 22 tot 32 leerlingen.
Op de teldatum (1 oktober 2011) zal de school bezocht worden door ongeveer 200 leerlingen.
3.3 De activiteiten voor de kinderen
Alle leerlingen hebben behoefte aan een sterk onderwijsaanbod, m.n. bij rekenen, lezen en taal.
Sommige kinderen vinden daarin al vrij snel zelf hun weg, maar vooral kinderen bij wie leren niet vanzelf gaat,
zijn aangewezen op een stimulerende en gestructureerde leeromgeving. Daarom vinden we duidelijke leerlijnen
voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden belangrijk.
3.3.1 Activiteiten in de onderbouw:
In de eerste maanden op school leren de kinderen wat het is om de hele dag in een groep te zijn.
In de groepen 1 en 2 is veel tijd ingeruimd voor spelen. Kleuters leren veel dingen spelenderwijs.
Daarbij is het onder woorden brengen van wat ze doen en beleven van grote betekenis.
Luisteren naar en praten met andere kinderen en de leraar is erg belangrijk voor de (taal-)ontwikkeling en het leren rekening houden met anderen.
In groep 2 leren de kinderen ook al dingen die nodig zijn in groep 3. Ze oefenen met taal- en rekenspelletjes, ook op de computer.
Ze doen schrijfoefeningen. Wel zorgen we er voor dat de kinderen zoveel mogelijk nog kleuter mogen zijn.
Ook stimuleren we dat ze zelf initiatieven ontplooien.
We proberen elk kind dát aan te bieden wat zijn ontwikkeling weer een stukje verder brengt.
Op onze school gebruiken we daarbij vooral thema’s uit de methode Schatkist. Daarbij wordt de leeromgeving betekenisvol ingericht,
waarbij ruimte is voor eigen initiatief en inbreng van de kinderen. De leerkrachten proberen actief leren te stimuleren, zodat de kinderen
een positief zelfbeeld krijgen en er een gevoel van eigenwaarde aan kunnen ontlenen. De leerkracht daagt uit en stuurt aan op een brede ontwikkeling.
Er zijn verschillende hulpmiddelen waarmee de leerkracht de ontwikkeling van de kinderen kan volgen en stimuleren.
Met de methode Schatkist beginnen de leerlingen van groep 2, vaak spelenderwijs, met allerlei voorbereidende taal/leesactiviteiten.
Ze leren klanken en tekens onderscheiden en herkennen, ze leren letters en sommige woorden en kunnen deze soms ook schrijven.
Dit zorgt er voor dat de overgang naar groep 3 op taal- leesgebied zo klein mogelijk is.
Ook in groep 3 wordt vanuit betekenisvolle thema’s gewerkt, vanuit de taalleesmethode Veilig Leren Lezen.
In groep 3 leren de kinderen aan de hand van een aantal kernwoorden de letters. Met deze letters kunnen ze nieuwe woorden maken.
Langzamerhand gaan ze deze letters en woorden leren schrijven.
Aan het eind van groep 3 kunnen de meeste kinderen 2- en 3-lettergrepige woorden lezen en wordt verwacht dat ze klankzuivere,
éénlettergrepige woorden kunnen opschrijven.
3.3.2 Taal
Taalonderwijs is van belang voor het succes dat kinderen in het onderwijs en in de maatschappij zullen hebben.
Daarnaast heeft taal een sociale functie. Kinderen dienen hun taalvaardigheid te ontwikkelen, omdat ze die nu en straks in de maatschappij hard nodig hebben.
Dat houdt onder meer in dat het onderwijs waar mogelijk uitgaat van communicatieve situaties: levensechte en boeiende leesteksten,
gesprekken over onderwerpen die kinderen bezig houden en het schrijven van echte teksten. Het onderwijs in Nederlandse taal is er op gericht
dat kinderen in de beheersing van deze taal in en buiten school steeds competentere taalgebruikers worden.
Voor het vakgebied Nederlandse taal maken we op De Kolkstede onderscheid tussen de volgende vaardigheden:
Schriftelijke taalvaardigheid: lezen, schrijven en spelling.
Mondelinge taalvaardigheid: spreken, luisteren, woordenschat.
Beschouwing van taal.
Het lezen wordt apart beschreven. Voor de taalonderdelen wordt
in de groepen 4 tot en met 8 gewerkt met de taalmethode Taalverhaal.
3.3.3 Voortgezet lezen
In de groepen 4, 5 en 6 wordt de methode Estafette gebruikt. Hierbij wordt gestructureerd aandacht besteed aan specifieke leesproblemen
en/of leestechnieken. De leesvorderingen worden nauwkeurig gevolgd.
Naast Estafette worden aanvullende leesvormen gehanteerd, zoals theaterlezen, mandjeslezen, duo-lezen, Ralfi, en diverse digitale leesprogramma’s.
In de groepen 5 t/m 8 wordt de methode Nieuwsbegrip voor begrijpend lezen gebruikt, aangevuld met Kidsweek.
Ook beschikt de school over een schoolbibliotheek met verhalende boeken en tijdschriften op verschillende niveaus.
Vanaf 2011 wordt na vakantieperiodes in alle groepen een zogenaamd ‘leesbad’ georganiseerd, om het lezen een extra impuls te geven.
3.3.4 Schrijven
Voor het (technisch) leren schrijven is een goede ontwikkeling van de kleine motoriek een voorwaarde.
Hieraan wordt in voorbereidende zin in de groepen 1 en 2 gewerkt, o.a. in een schrijfhoek en met een motoriekkist. .
Vanaf groep 3 ontwikkelen de kinderen een eigen handschrift aan de hand van de methode Pennenstreken, waarbij ze de letters eerst los,
en later aan elkaar op de juiste wijze leren schrijven. Dit gebeurt met een potlood. In groep 4 na de kerstvakantie starten de kinderen
met het schrijven met een vulpen, die - ook voor linkshandigen - door de school verstrekt wordt.
Daarna is vervanging van deze vulpen (via school) voor eigen rekening.
In de hogere leerjaren ontwikkelen de leerlingen een eigen handschrift, waarbij we er op letten dat kinderen duidelijk en vlot leren schrijven.
3.3.5 Rekenen
Het rekenonderwijs omvat de volgende onderdelen: wiskundig inzicht en handelen, getallen en bewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen),
en meten en meetkunde (meten en leren te rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en temperatuur).
Op De Kolkstede gebruiken we de rekenmethode Alles Telt, waarbij kinderen ook leren rekenen door het oplossen van probleempjes die ze i
n het dagelijks leven tegenkomen. Verder is er aandacht voor oefenen, memoriseren en automatiseren van de basisvaardigheden.
In Alles telt wordt gewerkt met plusschriften voor zeer goede rekenaars en maatschriften voor kinderen die rekenen moeilijk vinden.
3.3.6 Wereldoriënterende vakken
Op De Kolkstede wordt in de groepen 5 tot en met 8 gewerkt met Topondernemers, een nieuwe methode voor wereldoriëntatie.
Geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek komen op een nieuwe en verfrissende manier aan bod.
De onderwijsinhoud over mensen, de natuur en de wereld worden in samenhang aangeboden en laat kinderen de wereld ontdekken
aan de hand van thematisch onderwijs. Kinderen worden uitgedaagd om initiatief te nemen, samen te werken en creatief te zijn.
In de groepen 1 t/m 4 komt wereldoriëntatie aan bod in thema’s en onderwerpen die voor jonge kinderen interessant zijn.
3.3.7 Techniek
De Kolkstede neemt deel aan het project ‘Technieklokaal’. In het Almende College in Ulft (locatie Wesenthorst) is een technieklokaal
ingericht voor de hoogste groepen van het basisonderwijs. Er zijn een techniekinstructeur en ondersteuners aangesteld en er zijn
uitdagende lessen techniek ontwikkeld. Samen met de groepsleerkracht werken de leerlingen van groep 7 en 8 ongeveer 6 dagdelen in het technieklokaal.
De voorbereiding van de opdrachten vindt op school plaats.
De andere groepen van de school krijgen technieklessen op school.
3.3.8 ICT
De Kolkstede wil haar kinderen voorbereiden op de toekomst door hen verantwoord en doelbewust vertrouwd te maken in het gebruik
van nieuwe communicatiemiddelen. Wij willen dit realiseren door de computer onderdeel te laten zijn van onze dagelijkse lespraktijk.
Dit houdt in dat computers op de Kolkstede dagelijks gebruikt worden door leerlingen van alle groepen.
Daarnaast wordt er in de groepen 3 tot en met 8 gewerkt met het digitale schoolbord: het activ- board. Veel toepassingen worden
op het Activ-board aangeboden. Ook school-TV- programma’s worden via het digitale schoolbord gevolgd.
3.3.9 Cultuureducatie en kunstzinnige oriëntatie
Cultuureducatie in het onderwijs wordt vormgegeven via kunstzinnige oriëntatie.
De Kolkstede hanteert de kerndoelen als basis voor het programma cultuureducatie.
Het leerplan is breed en divers opgebouwd: tekenen, handvaardigheid, muziek, dans/beweging, drama/spel, foto/film, taal/literatuur en cultureel erfgoed.
De 8 kunstdisciplines komen aan bod via het Kunstmenu, Projecten en lessen.
Elk schooljaar wordt een planning voor het Kunstmenu opgesteld.
Daarbij gaat het o.a. om theatervoorstellingen, museumbezoek, bezoek aan historische gebouwen, e.d.
In de groepen 1-2 worden vanuit de methode Moet je doen- Beeldende Vorming lessen gepland, die aansluiten bij de thema’s van Schatkist
Muzikale vorming werd gegeven de eigen groepsleerkracht.
In de lessen muziek en in het bewegingsonderwijs is ook aandacht voor dans en beweging.
In groep 4 wordt onder schooltijd AMV (algemene muzikale vorming) gegeven door een medewerker van de muziekschool.
Na het eerste jaar AMV kunnen de kinderen buiten schooltijd op vrijwillige basis de deelname aan AMV voortzetten.
3.3.10 Bewegingsonderwijs
De kinderen van de groepen 1-2 volgen een eigen programma voor bewegingsonderwijs, waarbij alle leerlijnen systematisch aan bod komen.
Het aanbod bestaat uit:
- Buitenspel
- Bewegingslessen in het speellokaal
- Vrije spellessen in het speellokaal
– Dans/drama
– Bewegen op muziek
– Ook gewoon spelen
De kinderen hebben bewegingslessen in het speellokaal of buiten. Bij slecht weer wordt dagelijks gebruik gemaakt van het speellokaal.
In het speellokaal hebben de kinderen blote voeten en warme kleding wordt uitgedaan.
Het lesprogramma voor de groepen 3-8 bestaat uit:
– Lessen bewegingsonderwijs met Bios- programma als basis voor de leerlijnen
– Spellessen: vanuit verschillende bronnen, o.a. basislessen Bewegingsonderwijs
– Zwemonderwijs groep 3 en 4
– Workshops door verenigingen
– Stimulans buiten school sporten
Jaarlijks is er voor alle groepen een sportdag.
De lessen bewegingsonderwijs worden gegeven in de sporthal in Beek, op de speelplaats of op het sportveld.
De meisjes en jongens gymmen in een kort broekje met een T-shirt of in een turnpak.
Gymschoenen worden nog lang niet door alle kinderen gedragen. Alle leerlingen moeten gymschoenen dragen.
Het is hygiënischer: voorkomt voetwratten en bepaalde voetschimmels.
Zwemmen
De zwemlessen worden gegeven door het zwembadpersoneel.
Als de leerlingen vanwege een gegronde reden niet aan de gym- of zwemles kunnen deelnemen, wilt u ons dit dan even schriftelijk of telefonisch meedelen?
De zwemlessen vinden plaats in sportcomplex "Montferland" te ’s-Heerenberg, en worden in principe gevolgd door de leerlingen van groep 3 en
(een deel van het schooljaar) van groep 4.
De Kolkstede werkt met zorg rond bewegen.
Dit programma richt zich met name op de zorg m.b.t. bewegen en de motorische ontwikkeling.
Door screening wordt de motorische ontwikkeling van alle leerlingen van de school in beeld gebracht.
Zo wordt nagegaan waar extra oefening of MRT (Motorische Remedial Teaching) wenselijk is.
Binnen de reguliere lessen bewegingsonderwijs komen we tegemoet aan verschillen tussen leerlingen door oefeningen
op verschillende niveaus aan te bieden. We blijven de motorische ontwikkeling van de kinderen volgen en zorgen voor extra oefening waar dit nodig is.
In de groepen 1 tot en met 4 is extra aandacht voor de fijne motoriek en het schrijven. Om deze ontwikkeling te stimuleren wordt een rijke leeromgeving ingericht.
Ook wordt deze ontwikkeling goed gevolgd, zodat waar nodig extra oefening geboden kan worden.
3.3.11 Godsdienst/levensbeschouwing
Als methode voor het vakgebied godsdienst/levensbeschouwing
maken we op onze school gebruik van de methode "Trefwoord". U kunt dat zien in de klas, want "Trefwoord" werkt op basis van een kalender,
die in de groepen een vast plekje heeft. De methode geeft voor iedere dag een gedicht, spel, lied, verhaal of Bijbeltekst.
Gedurende enkele weken vormen al die onderwerpen samen één thema. De uitwerking is verschillend voor de onderbouw, middenbouw en bovenbouw.
3.3.12 Documentatiecentrum
Het documentatiecentrum wordt vooral in de groepen 5 tot en met 8 gebruikt, ter ondersteuning van o.a. de lessen met Topondernemers.
Hiervoor zijn de laatste jaren veel nieuwe boeken aangeschaft. Deze kunnen met behulp van het zoeksysteem ‘Leerwereld’ worden opgezocht.
Het werken met dit documentatiecentrum is een goede oefening in het zelfstandig leren opzoeken en verwerken van informatie en tevens wordt het kind gestimuleerd om gebruik te maken van de bibliotheek.